Gemeente Zaanstad wil verduurzamen, maar pakt onvoldoende de regie
Duurzaamheid zit overal in Zaanstad. In woningbouw, in industrie, in mobiliteit, in de inrichting van de openbare ruimte. Op papier is het verhaal helder: deze gemeente wil vooruit. Maar wie beter kijkt, ziet iets anders. Zaanstad is geen regio waar je duurzaamheid eenvoudig uitrolt. Want hier moet elke stap worden bevochten. Dat vraagt om regie. Nu is de vraag: hoe goed pakt de gemeente Zaanstad die rol op?
Zaanstad ligt op een kruispunt van belangen. Langs de Zaan draait zware industrie. Richting het Noordzeekanaalgebied stroomt de logistiek. Tegelijk groeit de druk op woningbouw, leefbaar-heid en gezondheid. De ruimte is beperkt. De energievraag explodeert. En het elektriciteitsnet zit op slot. De vragen zijn dan ook keihard:
• Wie krijgt ruimte op het net?
• Welke bedrijven mogen uitbreiden?
• Waar bouw je woningen zonder de economie te verstikken? Je zou kunnen zeggen dat het eerder een verdelingsdan een duurzaamheidsvraagstuk is.
Wordt er ook doorgepakt?
In Zaanstad ligt duurzaamheid niet bij één knop. Het zit versnipperd over portefeuilles als duurzaamheid, ruimtelijke ordening, economie en wonen. Dus zitten alle wethouders midden in het spanningsveld: Harrie van der Laan, Stephanie Onclin, Natasja Groothuismink en Gerard Slegers. Ergens is dat logisch, maar tegelijkertijd mist dit college een wethouder die hoofdverantwoordelijk is. Nu kan iedereen zich immers verschuilen achter de ander. Deze wethouders opereren allen op het snijvlak van energie, klimaat en ruimte. Het gevolg is dat elk besluit andere dossiers raakt. Versnellen betekent hier daardoor te vaak ook afremmen. De vraag is niet of zij plannen maken. Dat doen ze namelijk. De vraag is wel: wordt er ook doorgepakt als belangen botsen?
Veel beleid, maar regie vraagt keuzes
Zaanstad heeft haar huiswerk gedaan. Er ligt beleid op energie, klimaatadaptatie, circulair bouwen en duurzame mobiliteit. De gemeente probeert duurzaamheid bovendien slim te verweven met gebiedsontwikkeling en het omgevingsplan. Dat is inhoudelijk sterk. Maar regie laat zich niet zien in beleidsstukken. Regie laat zich zien in keuzes. Nu wordt het spannend. Want in de praktijk wordt veel afgewogen, afgestemd en onderzocht. Dat zorgt voor draagvlak, maar ook voor vertraging. En vertraging is in de energietransitie geen neutrale factor. Het is achteruitgang.
Netcongestie legt alles bloot
Als er één dossier is dat de zwakke plek van de energie transitie blootlegt, is het netcongestie.
In delen van Zaanstad zit het elektriciteitsnet vol. Bedrijven kunnen niet uitbreiden. Projecten lopen vast. Verduurzaming wordt uitgesteld. De gemeente werkt samen met netbeheerder Liander aan oplossingen, zoals de uitbreiding van infrastructuur. Dat is noodzakelijk. Toch blijven harde keuzes, die gemaakt moeten worden, uit en blijft iedereen in de wachtrij staan. Wie krijgt voorrang? De industrie? Woningbouw? Nieuwe bedrijven? Zolang die vraag niet expliciet wordt beantwoord, blijft de regie diffuus.
Industrie wil wel, maar kan niet alleen
De Zaanstreek is gebouwd op industrie. Bedrijven als Cargill, Tate & Lyle en Forbo draaien op schaal en energie. Die bedrijven willen verduurzamen. Niet uit idealisme, maar omdat het moet. Van klanten, van wetgeving, van de markt. Maar zij lopen tegen dezelfde grenzen aan als de gemeente: onvoldoende netcapaciteit, hoge investeringen en grote internationale concurrentie. Hier zie je de realiteit van de transitie: niemand kan het alleen. Daarom is regie vanuit de gemeente essentieel. Niet als facilitator, maar als richtinggever.
Waar Zaanstad wél doorpakt
Er zijn ook plekken waar Zaanstad laat zien dat het anders kan. In bouw en gebiedsontwikkeling stelt de gemeente steeds vaker harde eisen op het gebied van duurzaamheid en circulariteit.
Netcongestie: wie krijgt voorrang?
Projecten worden niet alleen beoordeeld op snelheid of prijs, maar ook op toekomst-bestendigheid. Ook in klimaat-adaptatie (vergroening, waterbeheer, inrichting van de openbare ruimte) wordt zichtbaar geïnvesteerd. Hierbij gebruikt de gemeente haar positie wél effectief.
Samenwerking is geen keuze meer
Wat Zaanstad goed begrijpt: verduurzaming gebeurt niet alleen in het stadhuis. Bedrijven, ontwikkelaars, netbeheerders en ondernemersverenigingen moeten samen optrekken. Collectieve oplossingen, bijvoorbeeld rond energiegebruik en opslag, worden steeds belangrijker.Maar samenwerking is geen doel op zich. Zonder duidelijke kaders en prioriteiten verzandt samenwerking al snel in overleg. Ook hier geldt: samenwerking werkt alleen als iemand de richting bepaalt.
Geen groene droom, maar een schaakbord
Zaanstad is geen ideale proeftuin. Het is een schaakbord. Elke zet heeft gevolgen. Meer woningbouw betekent meer druk op het net. Meer industrie betekent meer uitstoot. Minder industrie betekent minder economische kracht. De spanning is permanent. Om die spanning weg te halen, moet de gemeente nu echte keuze gaan maken: dit krijgt voorrang, dit moet wachten en dit kan hier simpelweg niet meer. Want zonder die keuzes blijft duurzaamheid steken in goede bedoelingen.
Zonder keuzes blijft regie papieren beleid
| Page 56 |