Duurzaamheid wordt vaak nog neergezet als een overtuiging. Iets waar je vóór of tegen bent. In mijn dagelijkse werk als makelaar voelt dat zwart-witdenken inmiddels achterhaald. Het gesprek gaat al lang niet meer alleen over idealen, maar ook over cijfers en keuzes. Over kosten, financierbaarheid en toekomstbestendigheid. De markt is daarin opvallend nuchter. Niet uitgesproken en niet activistisch, maar wel duidelijk. En precies dát maakt duurzaamheid vandaag de dag een rationeel en zakelijk onderwerp. Onze makelaars zitten aan de keukentafel bij huizenverkopers en -kopers en praten over ligging, indeling en prijs. Vrijwel altijd komt daarbij snel het energielabel ter sprake. Energieprijzen zijn voelbaar geworden en comfort weegt zwaarder mee. Bovendien houden banken bij financieringen steeds nadrukkelijker rekening met het energielabel, waardoor een beter label direct aantrekkelijker is. Duurzaamheid is geen extra wens meer, maar onderdeel van de rekensom. En daardoor een win-winsituatie voor consument en milieu. Waar verduurzaming vroeger vaak niet rendabel leek, wordt het nu logisch meegenomen bij een verbouwing of renovatie. In de praktijk betekent dat vooruitdenken: een nieuwe keuken is vrijwel altijd inductie, vloerverwarming wordt aangelegd met het oog op een gasloze toekomst en bij nieuwbouw is optimale isolatie de norm. We zitten midden in een grote transformatie, een volgende elektrische revolutie. Dat gaat gepaard met haperingen, zoals de huidige netcongestie, maar de richting is duidelijk. Bij commercieel vastgoed is die realiteit nog scherper door regelgeving. Een pand kan op papier kloppen, maar de markt haakt af als er onvoldoende elektrisch vermogen is voor het beoogde gebruik of als de investering om te voldoen aan wettelijke eisen te hoog is. Huurders en financiers kijken verder dan vierkante meters alleen. Duurzaamheid is hier geen marketingverhaal, maar een randvoorwaarde voor waarde en verhuurbaarheid. Energie is kostbaar, schaars en dus waardevol. Vermogen verlagen is eenvoudig, verhogen kan door netcongestie jaren duren. Dat maakt vooruitdenken noodzakelijk. Steeds vaker houden verhuurders daarom het energiecontract zelf op naam en belasten zij het verbruik door. Tegelijk worden de eisen duidelijker: kantoren moeten nu minimaal label C hebben en richting 2030 wordt label A de norm. Wie die signalen serieus neemt, houdt grip op de waarde van zijn vastgoed.
| Page 14 | Page 20 |